Mechelen: donderdag, 25 juni 2026
Net zoals het grootste deel van België werd Mechelen tijdens de Eerste Wereldoorlog meer dan vier jaar lang bezet door Duitse troepen. De Dijlestad van burgemeester Charles Dessain kwam eind augustus 1914 midden in de vuurlinie te liggen. Ze werd veelvuldig gebombardeerd, zowel door de Duitsers als door de Belgen, en bijna de hele Mechelse bevolking vluchtte de stad uit voor het oorlogsgeweld. Dit had natuurlijk ook gevolgen voor de Mechelse pompiers die handen en middelen tekort hadden.
Het Mechelen van 1914 was een stad in volle ontwikkeling. Ze probeerden haar open riolen dicht te smijten en haar oude vuile straten heraan te leggen. De stad wilde mee op de kar van de 20e eeuw springen, de eeuw van gas en elektriciteit. De bouwstenen lagen er, maar het werk was verre van voltooid toen de Europese machthebbers in de zomer van 1914 de bom lieten ontploffen.
Mechelen dankt haar roem voor een groot deel aan haar ligging, centraal gelegen in Vlaanderen, precies tussen Brussel en Antwerpen. De stad telde op dat moment 60.000 inwoners.
Bij de overgang naar de 20e eeuw was de stad het kloppende hart van de Belgische spoorwegindustrie. Al sinds 1835 is de Centrale Constructiewerkplaats (Arsenaal) in Mechelen gevestigd. Eveneens hadden zij een vrijwillig brandweerkorps dat ook in de stad mocht optreden.
Chaos in de stad
De oorlog kwam ondertussen gevaarlijk dichtbij. Op 2 augustus 1914 werd de Mechelse Burgerwacht opgeroepen, die moest instaan voor de veiligheid in de chaotische stad. Elke dag bewaakte ze spoorwegen en bruggen.
Omdat de Burgerwacht niet alle taken alleen kon uitvoeren, werd er buiten de stadsmuren een beroep gedaan op anderen. Zo werd de Battelbrug bewaakt door de lokale brandweerlui.
Op 25 augustus 1914 werd de stad door de Duitsers voor het eerst onder vuur genomen. Het bombardement begon iets voor halfzes in de ochtend. De Mechelse binnenstad werd met lichte artillerie bestookt en er werd daarbij bewust gemikt op de kathedraal en de omgeving, vooral op de Ijzerenleen werden vele huizen vernield.
Een deel van de stad vloog in brand en men riep de hulp van de Brusselse brandweer in die in allerijl met acht wagens en een twintigtal spuiten naar Mechelen kwam gereden om hulp te bieden.
Mechelen was een spookstad. Op 6 september werd ze voor een zesde en laatste keer gebombardeerd. Op zaterdag 26 september was het nog gewoon markt geweest, een dag later werd Mechelen het toneel van een hellebrand.
Het bombardement van 27 september maakte uiteindelijk een einde aan negen Mechelse burgerlevens: vijf in de Hanswijkstraat, twee op de Ganzendries, één in de Augustijnenstraat en één aan het station. De Mechelse pompiers hadden de handen vol met het zoeken naar de slachtoffers.
Zodra de Duitsers Mechelen bezetten werd de avondklok ingevoerd. Om 18 u moest iedereen binnen zijn, en vanaf 19 u mocht er geen licht meer zichtbaar zijn.
Vanaf 21 april 1915 was fietsen voor iedereen verboden. Enkel voor woon-werkverkeer konden er speciale fietspassen worden toegestaan.
Vanaf 1 novemver kwam er een nieuw model van paspoort met pasfoto, dat voor iedereen verplicht was. Wie aangehouden werd en geen geldige documenten kon voorleggen, werd gearresteerd.
De Duitsers wilden Mechelen ook economisch treffen. De landbouwers mochten zelfs niet met een kruiwagen naar hun veld rijden. Niemand kreeg toestemming om Mechelen te bezoeken of te verlaten, zelfs de stations werden gesloten.
Heropening van de stadsdiensten
Vanaf 27 november 1914 gingen de stadsdiensten weer open. Er kwamen vaste openingsuren en er werd een zondagsdienst ingericht die doorgangsbewijzen moest afleveren. In de loop van 1915 ontbond de bezetter de burgerpolitie. Net als de politie kon ook het brandweerkorps niet meer op volle kracht opereren.
Men verleende dan wel toestemming om de avondklok te negeren, maar het korps had een groot tekort aan middelen om branden te blussen. De 41 pompiers van het Mechelse vrijwilligerskorps beschikten slechts over één paardenwagen, drie stoompompen, 700 meter persslangen en enkele ladders.
Emmers hadden ze niet. Vooral het grote tekort aan persslangen speelde het korps parten. In die tijd moest al het bluswater nog worden opgepompt uit de Dijle, de Leuvense Vaart of de nog openliggende vlietjes.
Balans van vijf oorlogsmaanden
De eerste oorlogsmaanden hadden in Mechelen aanzienlijk leed veroorzaakt.
Van de 12.000 huizen waren er 325 volledig vernield en aan ongeveer 1.500 andere woningen moesten dringend herstellingswerken worden uitgevoerd.
Daarmee hield de ellende echter nog niet op. Ongeveer 2.000 inwoners hadden door het oorlogsgeweld geen dak meer boven hun hoofd.
Op 1 januari 1915 rond halfvijf in de namiddag kwam burgemeester Charles Dessain weer in Mechelen aan na zijn ballingschap in Engeland. Voor het eerst sinds 28 augustus zag hij zijn stad terug.
Op 25 maart 1916 wordt burgemeester Charles Dessain door de gouverneur-generaal van zijn ambt ontheven omdat hij zich niet hield aan de voorschriften van de bezetter. Het stadsbestuur zelf werd zwaar beboet omdat het o.m weigerde de lijsten met de namen van de werkloze Mechelaars aan de Duitsers te overhandigen.
Waarnemend burgemeester
Als burgemeester Dessain in 1916 naar een gevangenkamp in Duitsland weggevoerd wordt na zware conflicten met de bezetter wordt Victor Van Hoorenbeeck waarnemend burgemeester. Zijn positie komt in gevaar omdat het bestuur van de Werkmanskring hem beschuldigd van onregelmatigheden in de boekhouding. Hij overlijdt na een korte ziekte op 22 september 1917.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell